Sparen en Lenen: organiseren als consumentencooperatieve

De deelnemers in zo een spaar- en leencirquit kunnen zich tegelijk organiseren als consumentencoöperatieve. Zo een coöperatieve werkt volgens een eenvoudig principe. Doordat een hele groep consumenten zich verenigen, kunnen ze de macht van hun aantal gebruiken om aan betere informatiegaring te doen of scherpere aankoopvoorwaarden te bedingen. Bij veel energiebesparende toepassingen valt tamelijk eenvoudig vast te stellen wat de best verkrijgbare producten zijn. Maar het kost wat moeite om alle (betrouwbare) informatie te verzamelen, de vergelijking te maken en de berekeningen te doen. Het is tijdverlies als iedereen het voor zichzelf doet terwijl de kennis kan gedeeld worden. Een consumentencoöperatieve kan iemand aanstellen om de beste leveranciers voor hoogrendements ketels, dubbele beglazing, zonnepanelen, dakisolatie of mini windmolens op te lijsten. Er kan zelf voor geöpteerd worden om met de leveranciers te onderhandelen over betere prijzen. Zo verwerven de georganiseerde deelnemers in het transitiefonds betere informatie en aankoopvoorwaarden. Ze communiceren erover met elkaar, delen kennis en vaardigheden en ontwikkelen de zin om energierenovaties uit te voeren. De ervaring dat eenieders spaargeld gebruikt wordt om woningen milieuvriendelijk en comfortabel te maken, betrekt het bankgebeuren weer op de echte wereld.

Om zo een fonds met een gesloten spaar- en kredietsysteem en coöperatieve consumptie break-even te laten draaien, zijn een drietal factoren van belang: het aantal deelnemers, het verschil tussen de rente op het spaargeld en de kredieten en tenslotte de werkingskosten. In het gegeven voorbeeld zouden de werkingsmiddelen in euro per maand evenveel bedragen als het aantal deelnemers. Of anders: wanneer de werkingskost bij benadering kan berekend worden, valt af te leiden wat het minimum aantal deelnemers moet zijn en de marge op de kredietverlening om zo een transitiefonds levensvatbaar te maken. Voor het beheer of het medebeheer van zo een fonds is een bancaire partner of een overheidsinstantie nodig. Het is geen sinecure om efficiënt kredieten te verlenen, snel geld lenen, kredietrisico’s goed in te schatten, er zich tegen in te dekken en te voldoen aan alle wettelijke verplichtingen om spaargeld om te zetten in consumentenkredieten. Voor de organisatie van de consumentencoöperatieve zou een NGO of middenveldsorganisatie kunnen instaan. Zulke organisaties hebben veel ervaring in de ’empowerment’ van groepen en individuen. De kennis over de interessantste energiebesparende producten en technieken is vaak al voor handen. De vaardigheid om prijzen te onderhandelen kan snel worden verworven.

Voorbij onaantrekkelijke klimaatoplossingen

Nu het klimaat ontregeld raakt en de energiearmoede steeds meer mensen in de problemen brengt, geraken een aantal oplossingsstrategieën wat van hun charmes kwijt. Het typische NGO-discours dat zich richt op kleine, individuele gedragsveranderingen verliest aan aantrekkingskracht. Met de verwarming een niveau lager en een trui meer aan, raken veel mensen er niet uit. In de meeste woningen moet er eenvoudigweg massaal geïnvesteerd worden om ze echt energiezuinig te maken. Heel wat gezinnen hebben het geld niet om dat te doen. Ze met informatiecampagnes bestoken over wat ze wél kunnen doen, verandert daar weinig aan. Aan de andere zijde, in de commerciële sfeer, proberen de banken de (bewuste) spaarder of belegger te verleiden met blinkend groene klimaatfondsen. Het geld wordt zogezegd geïnvesteerd in klimaatoplossingen. Als de beurs wat goed loopt, pikt de belegger een graantje mee van de groei van klimaatvriendelijke ondernemingen. Dat veel van die ondermingen sowieso aan geld geraken en zelfs al overgewaardeerd zijn, vertellen de banken er niet bij. Evenmin dat een investering in de isolatie van het eigen dak op ’middellange termijn’ vaak een veel betere belegging is dan die in de meeste klimaatfondsen. Wanneer het middenveld enkel mikt op gedragsverandering of ondernemingen enkel op groen verpakt geldgewin, veranderen de aangedragen klimaatoplossingen in karikaturen van de eigen logica. Als daarentegen naar win-win oplossingen wordt gezocht waarbij positieve keuzes bijvoorbeeld ook financieel interessant zijn, dan staan we waarschijnlijk een stap dichter bij een geloofwaardig antwoord op de klimaatproblematiek en de energiearmoede. Om terug te keren naar het hier gegeven voorbeeld. Een grootschalige promotiecampagne zou tienduizenden spaarders kunnen aantrekken voor een transitiefonds. Deelnemers ontdekken door in het product te stappen dat de beste bestemming voor elkaars spaar- en beleggingsgeld dicht bij huis ligt. Met name ín huis…voor energierenovaties. Met een maandelijkse kleine bijdrage treden de deelnemers toe tot een georganiseerde groep die elkaar aanzet tot klimaatoplossingen. Een bank of de overheid zou de dienstverlening voor het spaar- en kredietsysteem kunnen doen. Een middeveldsorganisatie zou de deelnemers in het fonds kunnen informeren, motiveren en begeleiden in de energierenovaties. De doelstelling om tegen 2020 alle woningen goed te isoleren en van dubbele beglazing te voorzien zou weer wat dichter bij verwezenlijking zijn, mochten een aantal van zulke fondsen het daglicht zien.